Voeten vegen, aub!
De eerste 16 jaren van mijn leven speelden zich af op en boerderij onder de rook van Ureterp, een dorpje ten zuioosten van Drachten, knus gelegen in de Friese Wouden. Vanwege de kerkelijke zuil waartoe wij behoorden, waren wij wat meer op Drachten dan op Ureterp gericht, maar af en toe kwamen we er wel eens. De kruidenier, de bakker, slager, klompenhandelaar, electricien, smid en garagehouder, dat woonde allemaal in Ureterp. 't Was wat dichterbij dan Drachten, dus deden wij in Ureterp onze boodschappen. Nou is boudschappen doen een groot woord, want in die tijd ging de kruidenier nog gewoon bij de klanten langs om de bestelling op te nemen om die dan enige dagen later af te leveren. Ook de bakker(sknecht) kwam langs met een heuse bakfiets of transportfiets met korf voorop, om de broodbehoefte te lenigen. Nu ik er aan terug denk, schiet mij nog zo'n curiositeit uit de jaren 50 te binnen: op zaterdag kwam de groenteboer (Sipke heette die) langs. Daar de bakker, de kruidenier en de slager ook langskwamen om de boel te bezorgen, zult u er vast niet raar van opkijken dat de groenteboer ook langskwam. Maar hij kwam niet zomaar langs, nee, hij kwam langs met de kar met een paard ervoor. Hihi, kom daar vandaag de dag nog eens om! Milieuvriendelijkheid avant la lettre.Hoe kom ik hier nu op, zult u zich wellicht afvragen. Nou, dat zit zo: enige tijd geleden werd ik benaderd door een inwoner van Ureterp met de vraag of ik voor zijn vrouw op haar verjaardag zou willen spelen. Zij zou Sara zien en vond doedelzakmuziek geweldig. Dat feest is doorgegaan. Afgesproken werd dat ik mij bij een schoolplein ergens zou opstellen, teneinde het instrument warm te spelen en te stemmen. Zoiets is standaard gebruik. Bij het schoolplein aangekomen besefte ik dat destijds in die straat Hylkema, onze fouragehandelaar woonde. De afgeknotte molen, welke hij benutte om zijn handel in op te slaan, staat er nog steeds, maar had wel een andere bestemming gekregen. Dit even terzijde.
Ik speelde in en er kwam een paar mensen op mij toegelopen, glunderend. Handen werden geschud en ik stemde mijn instrument nog even na, waarna wij, spelend, feestwaarts togen. Één der feestgangers, een dame van middelbare leeftijd en getooid met zeer onvrouwelijke, groffe, grote schoenen, met van dat diepe profiel onder de zolen, slingerde wat roerig van links naar rechts over de straat, waarbij zij deze en gene om de hals vloog. Zij bleek een voorkeur voor gelijke kunne aan de dag te leggen. Ik bedoel hier verder niets mee, maar het viel mij wel óp!
Bij de betreffende woning aangekomen stond het feestvarken al glimmend en glunderend op straat. Ik heb nog even flink doorgehaald, maar op een gegeven moment werd de omgevingstemperatuur toch beneden niveau bevonden en werd het hele spul naar binnen geloodst, de kamer in, alwaar in ieder geval warme koffie, dan wel thee klaar stond. Mét een schaal met grote hompen Friese oranjekoek. 'Veel is lekker', zou Olivier B. Bommel hebben kunnen opmerken. Ík vond het inderdaad wel lekker, maar was ook met de helft wel tevreden geweest.
Moeders-mooiste-niet met schoenmaat 48 kwam ook binnen en mengde zich uitbundig in de feestvreugde. Echter, na korte tijd fronste de vrouw des huizes de wenkbrouwen en maakte 'snuf'-bewegingen. Zoiets doet een mens wel vaker als er getracht wordt een bepaalde geur te herkennen, een geur welke meestal geassocieerd wordt met iets onprettigs. Haar bezorgde blikken dwaalden uiteindelijk naar haar hoogpolige tapijt en dáár ontwaarde zij inderdaad de bron van wat haar zo had verontrust: grote afdrukken van een pindakaas-achtige, 'hond'-gerelateerde substantie met daarin de afdruk van een diep profiel, maatje 48. En niet één, maar wel tíén van die afdrukken! En dan die geur, die lucht die van die plakkaten af kwam. Niet te harden!
De dame-met-de-grote-poten werd ter verantwoording geroepen, waarna zij zich met een kop als een biet schielijks naar de achterdeur begaf om zich van die schoenen te ontdoen. Op de terugweg had zij uit de bijkeuken ook maar vast een emmertje met warm sop en een borstel en een doekje meegebracht, zodat ze voor het oog van de voltallige visite haar wandaad recht kon zetten. En zo, terwijl eenieder zijn homp oranjekoek veroberde, zat onze poetsvrouw op de knieën, om al die nare plakkaten en vlekken uit het hoogpolig te halen. De vergelijking met Assepoester gaat hier mank vanwege het ontbreken van de glazen muiltjes.
Ik heb maar even wat gespeeld tijdens deze excercitie. Dat leidde in ieder geval de aandacht van de overige feestgangers wat af. Het spoorde de dame in kwestie wel aan om flink door te boenen. Arbeidsvitaminen, zal ik maar zeggen.
Uiteindelijk bleek het nog een leuk feestje te zijn geworden, maar rond een uur of elf werd er toch maar een dikke punt achter gezet.
Tot zover Ureterp, dorp van mijn jeugd.


