• Nederlands
  • English
  • Deutsch

Foutje, bedàààànkt...

Deze slogan was ooit, in een grijs verleden, de uitsmijter van een reclamespotje op TV, met Rijk de Gooijer als middelpunt. Velen, vooral de wat ouderen, zullen zich deze spotjes van KPN nog wel kunnen herinneren; de kreet is inmiddels vast onderdeel van het Nederlandse taalkundige erfgoed geworden. Echter, deze kreet bleek ook goed van toepassing op het volgende voorval, welke voor mij achteraf héél goed uitpakte. Het begon, heel passend, met een telefoontje.

Of ik op datum zus-en-zo beschikbaar was voor een optreden. Jazeker was ik dat. Locatie: buitengaats vanaf Den Helder. Aanwezig rond 13.30 uur. Terug rond 18.00 uur. Feestende zeevissers-met-hengel. Alles wordt telefonisch doorgesproken met het verzoek mijnerzijds om e.e.a. even via de mail te bevestigen. De datum lag in het zeer nabije verschiet, maar al wat er verscheen: géén mail. De afspraak was telefonisch gemaakt en voor mij herhaald naluisterbaar, omdat ik op mijn mobieltje over zo'n app beschik die alle gesprekken vastlegt. Ik kan u verzekeren: dat is héél erg handig!

Op de afgesproken datum begeef ik mij vroegtijdig vanuit Groningen op weg naar Den Helder. Het weer was met wat regen en een stevige bries uit NoordNoordWest ten Noorden nou niet van de meest prettige soort voor een boottocht op zee. Ik hèb geen zeebenen, ik rijd paard.

Onderweg tussen Sneek en Bolsward word ik curieus genoeg ingehaald door een autootje met daar achterop een blauwe sticker met een Andreas kruis, in het Schots aangeduid met Saltyre, met daaronder een afbeelding van een doedelzak. Grappig, denk ik nog. Ik had zelf een plakkaat over de volle breedte achter de achterruit met daarop de wervende tekst "www.schotsdeuntje.nl". In gele, reflecterende letters.
Mijn verbazing neemt echt concrete vorm aan als ik net op de Afsluitdijk ten tweeden male door datzelfde autootje word in gehaald. Ik kijk naar links en zie een bekend gezicht, laat ik hem 'Dirk-Jan' noemen, fronsend naar MIJ kijken. Ik zie aan zijn kleding dat ook hij onderweg is naar een optreden. Mwah, toeval. Pure, dikke toeval.
De brug bij de sluizen aan de Noord-Hollandse zijde van de Afsluitdijk is alweer dicht als ik nader en na afgezakt te zijn naar een snelheid van zo'n 30km per uur kan ik weer wat gaan gassen. Even nog denk ik in de verkeersstroom vóór mij het autootje van Dirk-Jan te ontwaren en, jawel hoor: Dirk-Jan neemt de afslag naar Den Helder. Zowel de kracht van de wind, het aandeel van de regen alswel mijn argwaan neemt in hevigheid toe. Ik volg Dirk-Jan op gepaste doch overzichtelijke afstand tot bij de haven van Den Helder, waar ik een afwachtende houding aanneem. Er is nog tijd zat, haast is dus niet nodig. Bovendien waait 't nu echt stevig. Vrijwel direkt zie ik Dirk-Jan het haventerrein afcrossen en stoppen bij een gebouwtje. Dirk-Jan stapt uit, wordt welkom geheten en naar een gereedliggende boot begeleid. Dirk-Jan verdwijnt ergens schielijk door een deurtje op de boot en de loopplank wordt ingetrokken, waarna de trossen losgemaakt worden en de boot het ruime sop kiest. Binnen de veilige omarming van de havenpieren lijkt er maar weinig loos.

Het wordt tijd voor mij om actie te ondernemen en mij te melden op het afgesproken punt, want het is al twintig over één geweest en ik moest er rond half twee zijn. Alsof mijn neus bloed, meld ik mij bij hetzelfde gebouwtje bij een grote kerel met zijn rossige haren in de stand windkracht 10 als omlijsting van een groot rond rood verweerd gezicht. Verbouwereerd luistert hij naar mijn verhaal en is helemaal beduusd als ik hem middels mijn app het telefoongesprek laat horen. Er wordt nog iemand bijgehaald en al gauw besef ik dat dát degene is met wie ik dat telefoongesprek heb gehad. Er wordt via de marifoon contact gezocht met de pas vertrokken schuit en even later, na wat stevig verbaal heen en weer verkeer, kijkt de man mij aan. Met een subtiliteit passend bij havenvolk richt hij het woord tot mij: "Twee dingen: ten eerste hebben wij hier kennelijk een fout gemaakt en ten tweede, met dit weer wil jij niet op die boot zitten". Ok, en nu dan? Hij kon er niet onderuit dat wij een overeenkomst hadden, een zákelijke overeenkomst nog wel. We hebben het in der minne geschikt en onder het genot van een kop heel goede koffie en vaste grond onder de voeten het weer, het afnemende tij en de invloed van deze twee grootmachten op de bootreis in een bepaalde geul besproken. De sfeer binnen in de warme keet is stukken beter dan het weer er buiten.

Plots komt er een kletsnat iemand de keet binnen met een paar witte plastic zakken in de hand, met zo te zien behoorlijk wat inhoud. Hij bleek van de aanpalende friet- en viskraam te komen, waar men, gelet op het weer, de hoop op verdere klandizie had opgegeven en de luiken dicht had gedaan. De zakken bleken behoorlijk vol te zitten met versgebakken friet en gefrituurde vis: kibbeling en lekkerbekjes. Als ik ook wat wilde, dan tastte ik maar toe. Zoiets hoef je bij mij zelden te herhalen. Of we er nog iets bij wilden drinken? De inhoud van de koelkast bood een troosteloze aanblik met wat blikjes frisdrank in 'light' uitvoering. Dit keer was het niet mijn doedelzak die uitkomst moest brengen, maar ergens in mijn auto wist ik een tray te staan met halve-liter-blikjes 'Veltins'-bier, ooit een aanbieding van de Lidl. Met nog een aantal andere aangewaaide gasten hebben we in het keetje wind en regen getrotseerd en heb ik toch nog een deuntje of wat op mijn doedelzak geblazen. Het was erg gezellig en, net zoals die verwaaide haardos mij al had medegedeeld, ik vond het helemáál niet erg om niet op die schuit te zitten.

Later bleek dat het overeengekomen mailtje naar het verkeerde adres was gestuurd. Zoals ik al zei: ik vond dat niet erg...